Ik ben leerkracht Ik ben jeugdwerker Ik ben vrijwilliger Ik ben jeugdconsultent Kids!




Breng schwung in je les!

14/10/2016 - toegevoegd door JONAS QUINTEYN

1. Kennismakingsspelen


Zwachtelgooien
Iedereen staat in een kring. We gooien de zwachtel naar elkaar.

  • Ronde 1: je zegt je naam en gooit de zwachtel naar een andere persoon.
  • Ronde 2: je zegt voor het gooien van de zwachtel naar welke persoon je zal gooien.

Pijnprikkel 
Vooraf staat iedereen heel dicht bij elkaar met het gezicht naar het midden van de kring. De spelleider loopt langs en tikt 1 iemand aan. Deze persoon zal straks pijnprikkels (stevige handdruk) toedienen. Bij de start van het spel loopt iedereen door elkaar en begroet elkaar door een lichte handdruk te geven én “Goeiedag, ik ben …” te zeggen. Wie een pijnprikkel ontvangt, telt in z’n hoofd tot 5 en valt vervolgens flauw. De anderen schrikken en roepen [Oh jee, er valt iemand flauw!]. De hele groep blijft staan. De spelleider telt tot 10 en dan wijzen ze allemaal een schuldige aan. De snoodaard die de pijnprikkel toediende moet zo lang mogelijk geheim blijven.

Spelregels:

  • Enkel de persoon die aangeduid werd door de spelleider, mag pijnprikkels uitdelen.
  • De dader mag slechts 1 persoon per ronde een pijnprikkel geven.
  • Wie een pijnprikkel kreeg, mag niemand aanwijzen als dader.


Stoelendans
We zetten de stoelen in een cirkel en gaan op de stoel staan. Om beurten mag je zeggen wie je bent, wat je verwachtingen zijn van deze les, wat je vandaag gegeten hebt … Je kiest één feit om iets over te zeggen. Je begint vervolgens je zin met [Ik ben niet de enige die …]. Als het waar is, blijf je recht staan. Als het niet waar is, moet je gaan zitten. De groep probeert zoveel mogelijk mensen op de stoel te laten staan. Als je al neer zat, kan je opnieuw recht staan als jij ‘ja’ kan antwoorden op wat een ander zegt.


2. Eerstehulpspelen


Eerstehulpkoffer (alle leeftijden)

Je verdeelt de groep in kleine groepjes. In het midden van het lokaal staat een eerstehulpkoffer met verschillende eerstehulpmaterialen die de spelers kunnen nodig hebben voor de verzorging van een wonde. Elk groepje krijgt een afbeelding van een wonde. De spelers zoeken in de eerstehulpkoffer naar het nodige materiaal en leggen het in volgorde waarin ze het materiaal zullen gebruiken. Eindigen met een nabespreking.


Brandwonden (6-10 jaar)
Tikspelvariant: de tikker is een vlammetje dat spelers in vuur en vlam kan zetten. Als het vlammetje iemand tikt, heeft deze persoon het heet en laat hij dit tot uiting komen door te trappelen met de voeten en het uit te schreeuwen. Anderen kunnen de pijn verzachten met water en sproeien dit over de verbrande deelnemers (afhankelijk van de weersomstandigheden al dan niet letterlijk met water), totdat de pijn over gaat (dit kan even duren).


Bloedsomloop (10-12 jaar)
Levend stelsel: op de grond wordt het bloedsomloopstelsel afgebeeld met behulp van krijt of papiertape. We verdelen de groep in drie kleinere groepen:

  • de rode bloedcellen: deze spelers starten bij het lichaam of de longen;
  • de witte bloedcellen: deze spelers starten bij het hart;
  • de bacteriën: deze spelers zitten voorlopig op een stoel.

Bij de longen liggen zuurstofvlokjes die de cellen zullen vervoeren.

We spelen het spel in de volgende stappen:
Eerst het vervoeren van de zuurstof. Zo ervaren de kinderen welke weg de cellen afleggen. Ze brengen de zuurstof naar het lichaam en bewegen zich steeds in dezelfde richting.
Na verloop van tijd komen er bacteriën in het lichaam. Ze dringen binnen en proberen de witte bloedcellen te tikken. Als die getikt zijn, worden ze uit het lichaam gezet.


Zenuwstelsel (13-15 jaar)
Je stelt twee casussen ter beschikking rond problemen met het zenuwstelsel. Twee deelnemers krijgen elk een verhaal en lezen dit voor aan de groep. De anderen krijgen een afbeelding, naam van de aandoening en handelingen. Ze denken na bij welk verhaal ze horen en gaan bij de persoon van dit verhaal staan. In groepjes wordt dan besproken welke aandoening ze herkennen en hoe ze hier best op reageren. Daarna bespreking de twee casussen met de hele groep.

Kruisverband (12-18 jaar)
Verstop afbeeldingen of figuurtjes van (gewonde) Pokémons op je speelterrein (bos, lokaal, grasveld). Elke speler krijgt een pokéball (bv.. een wegwerphandschoen). Elke Pokémon heeft een stap van het aanleggen van een kruisverband aan zich hangen. De Pokémon wordt in de pokeball gestoken en het blaadje (met de stap op) wordt er af gehaald. Als alle Pokémons gevonden zijn, gaan de spelers in volgorde van de stappen om een kruisverband aan te leggen, staan. Daarna volgt een demonstratie van het aanleggen van een kruisverband en controleren ze de gevolgde stappen.

terug naar overzicht

Zeg het maar!



Zoek in biebox